Een zoektocht naar discipline

Gisteravond vroeg ik het me ineens af: wat is discipline? Het woord valt nogal eens in klaagzangen over onderwijs, maar wordt er dan écht gevraagd om meer ‘tucht, onderwerping of geseling’? Of houden we het op ‘straf, gehoorzaamheid en orde’? Sommigen vinden zelfs dat ouderwets: zo stimuleer je leerlingen toch niet leergierig, onderzoekend en  zelfstandig te zijn?

Orde willen we wel, maar straffen ligt al gevoeliger. De ideale leraar zou door boeiende kennisoverdracht ‘als vanzelf’ het natuurlijk gezag hebben. Door dat idee zeg je eigenlijk dat discipline juist geen zaak van de docent is.

Discipline wordt inderdaad meestal in een andere betekenis gebruikt: iets dat de leerling moet opbrengen, namelijk zelfbeheersing. De docent mag dat positief stimuleren, maar de leerling moet het dóen. Ga er maar aanstaan op je veertiende. Het sluit wel mooi aan op al dat zelfdoen dat we van leerlingen op steeds jongere leeftijd verwachten: zelf plannen, zelf de informatie schiften, zelf de juiste aanpak ontdekken en zelf kiezen. Zelf de consequenties aanvaarden, al doende leert men.

En elke leerling zal inderdaad het liefst alles zelf willen doen op die leeftijd. Maar desondanks kiest het merendeel toch voor een docent die orde houdt, waardoor er geleerd kan worden. Flink mopperen in de pauze over belachelijke straffen, maar ondertussen de wiskunde helemaal snappen: de boel blijft heerlijk overzichtelijk zo. En ook al is die nodige leerlingdiscipline (gehoorzaamheid) afgedwongen door de docentdiscipline (straf): so what? De docent zit er niet mee, die komt toe aan de echte kennisoverdracht. De leerling zit er al helemaal niet mee: hij heeft kunnen leren. En misschien raken beiden daarmee precies het geheim achter dat ene woordje discipline dat zoveel betekenissen in zich heeft…

Toen ik namelijk verder zocht naar de oorsprong kwam ik uit bij het Latijnse disciplina: onderwijs, kennis, wetenschap, grondbeginselen, leer, opvoeding, tucht. Opvallend is dat tucht hier nog niet al z’n hardhandige strafmaatjes had (die verzonnen we er in de Middeleeuwen bij), maar juist gezelschap van heel wat positievere zaken. De oorsprong van het woord ligt dan ook in het werkwoord discere: leren. De leerling is een discipel: een lerende en een toegewijde, iemand die toegewijd is aan de goede zaak. En wat dat betreft is ‘de’ leerling dus geen spat veranderd: die zit niet met dat beetje opgelegde discipline, zolang er maar gewoon geleerd kan worden.

De roep om meer discipline is wat mij betreft nu even vaag als de weerstand ertegen: ieder geeft zijn eigen betekenis aan het woord, waardoor elk zich onbegrepen voelt. Misschien is het beter elk gesprek daarover voortaan te beginnen bij het begin: discere. Leren.

Tijdens huiswerkbegeleiding werkt het anders dan in de klas, ik zit in een bevoorrechte positie. Ook hier vragen leerlingen om discipline (en ook hier zetten ze er zich even vaak tegen af). De docent heeft echter door de kleine groepen meer ruimte voor persoonlijke aandacht en studievaardigheden, waardoor de leerling zich wat makkelijker voegt in het strakke systeem van plannen. Protesteren in een klas kan nog leuk of stoer lijken, maar fluisterend een-op-een bezwaar maken is onzinnig. Tijdens huiswerkbegeleiding je medeleerlingen afleiden is not-done, en eigenlijk zijn daar maar bar weinig disciplinaire maatregelen voor nodig. Voor veel leerlingen is het gewoon een middel om te kunnen leren wat geleerd moet worden. Om te ervaren dat het tijd had gescheeld als ze in de klas hadden opgelet, en om te ervaren hoe relaxed het voelt alles af te hebben en een mooi cijfer te scoren. Om met hoofd omhoog die klas in te stappen: klaar voor het leren!