letters

Voor leerlingen met dyslexie ontstaan tijdens hun middelbare schooltijd vaak weer nieuwe problemen. Op de middelbare school wordt er gewerkt in een hoger werktempo, er moet meer gelezen worden en er wordt een groter beroep gedaan op de plannings- en organisatorische vaardigheden van de leerling. Daarnaast krijgt de leerling te maken met drie moderne vreemde talen. Afhankelijk van de problemen waar de leerling mee te maken krijgt biedt Studiekring verschillende vormen van begeleiding.

Huiswerkbegeleiding

Bij huiswerkbegeleiding ligt de nadruk op het plannen en organiseren van het huiswerk. Leerlingen met dyslexie hebben vaak moeite met het structureren van hun werk. Daarnaast moeten ze rekening houden met hun tragere werktempo. Leerlingen met dyslexie hebben veel baat bij herhaling. Liever 4x 10 minuten dan 1x één uur. Binnen de huiswerkbegeleiding wordt de leerling geleerd een planning te maken waar binnen het voor hem/haar goed mogelijk is het huiswerk af te krijgen.

Naast plannen wordt er in de huiswerkbegeleiding aandacht besteed aan studievaardigheden en kan er, als er tijd is, gewerkt worden aan de lees- en spellingsvaardigheden van de leerling. Voor kleine problemen bij de moderne vreemde talen is er de mogelijkheid om binnen de begeleiding vragen te stellen. Bij structurele vakinhoudelijke problemen raadt Studiekring bijles aan.

Lees meer over huiswerkbegeleiding in het algemeen..

Studiementoraat

Is een leerling goed in staat om zelfstandig te werken, maar liggen de problemen met name in het maken van een planning of juist bij studievaardigheden dan is studiementoraat erg geschikt. Één uur in de week wordt er één op één gewerkt aan het maken van een goede planning en/of studievaardigheden. Voor leerlingen met dyslexie kan er bij studiementoraat gezocht worden naar hoe zij het beste leren. Voorbeelden van leerstrategieën die goed werken voor leerlingen met dyslexie zijn; mindmapping, flashcards en overhoorprogramma’s op de computer. Daarnaast kan er gewerkt worden aan ander vakoverstijgende vaardigheden zoals het lezen en begrijpen van een tekst.

Bijles

In de bijles kan er met een leerling gewerkt worden aan een vak waar een leerling moeite mee heeft. Vaak zullen dit de moderne vreemde talen zijn. Dyslectische kinderen hebben behoefte aan extra uitleg van de (grammaticale) regels en oefening om deze regels te leren toepassen. Op de middelbare school wordt er weinig aandacht besteed aan spelling en technisch lezen. Dyslectische kinderen hebben hier vaak nog moeite mee, dit kan in een vakspecifieke bijles geoefend worden. Ook voor leerlingen in de laatste jaren van het basisonderwijs is er de mogelijkheid bijles te nemen en zo extra te oefenen in hun taalvaardigheden. De nadruk van de bijles is afhankelijk van de hulpvraag, maar zal over het algemeen liggen bij lees- en spellingsvaardigheden.

Lees meer over bijles in het algemeen..
 

Leerlingen met dyslexie hebben vooral problemen met taal. Dyslexie is een stoornis in het technisch lezen. Het belemmert het vlot leren lezen. De meeste leerlingen leren uiteindelijk wel lezen, maar blijven trager lezen. Ze moeten er meer energie in steken en zijn sneller afgeleid dan de gemiddelde lezer. Er doen zich vaak ook problemen voor bij het begrijpend lezen. De leerling besteedt zoveel aandacht aan het technisch lezen dat het begrijpend lezen daaronder leidt.

Hoe herkent u dyslexie?

Bij dyslexie ontstaan er vooral problemen op het gebied van lezen, spelling en schrijven.

Problemen bij het lezen.

De leesproblemen van leerlingen met dyslexie vallen het meest op bij hardop lezen. Sommige leerlingen hebben een traag leestempo en lezen de woorden spellend. Anderen hebben een hoog leestempo, maar maken daarbij veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.

Problemen bij de spelling.

Leerlingen met dyslexie maken langdurig veel spellingsfouten en hebben, om dat te voorkomen, veel steun nodig van spellingsregels. Leerlingen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. Bovendien is de kennis meestal niet blijvend, omdat ze het op een ongestructureerde manier in het geheugen opslaan.

Problemen bij het schrijven.

Leerlingen met dyslexie schrijven vaak onleesbaar en maken veel doorhalingen. Bij leerlingen die wel leesbaar schrijven, valt het trage schrijftempo op.

Algemene signalen

  • Moeite met links / rechts onderscheid.
  • Moeite met het aanleren van de tafels.
  • Moeite met klokkijken.
  • Dansende of vervangende letters bij het lezen.

Het is belangrijk dat dyslexie bij een leerling zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Hoe eerder een leerling geholpen kan worden met het leren lezen en spellen, hoe groter de kans op succes.

Meer algemene signalen dyslexie   

Leerlingen met dyslexie kunnen moeite hebben met:

  • het onderscheid tussen links en rechts.
  • het aanleren van de tafels
  • klokkijken
  • dansende of vervangende letters bij het lezen
  • spellen
  • het onthouden van telefoonnummers
  • juist uitspreken van lange woorden
  • schriftelijk antwoord geven, mondeling gaat vaak veel beter.
  • lange teksten schrijven, ze slaan zinnen over of raken de draad kwijt.
  • om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
  • om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij 'dorp' en 'drop' of '12' en '21'
  • het structureren van het schoolwerk
  • automatiseren van basis rekenvaardigheden
  • begrijpen van grammaticaregels
  • het leren van losse gegevens zoals rijtjes en jaartallen
  • informatieverwerking
  • taken waar je twee dingen tegelijk moet doen. Bv aantekeningen maken waarbij je moet schrijven en luisteren.

Natuurlijk komen niet al deze signalen voor bij elke kind met dyslexie. Toch is er opvallend veel overeenstemming in waar leerlingen tegenaan lopen (in meer of mindere mate). Leerlingen met dyslexie hebben vooral moeite met vaardigheden die anderen vrijwel automatisch doen. Doordat deze basale zaken leerlingen meer moeite kosten komen ze ook bij moeilijkere taken in de problemen, een deel van hun energie is dan al “bezet”.

Als ouder van een dyslectisch kind wilt u uw zoon of dochter natuurlijk zo goed mogelijk begeleiden. Op deze site vindt u een paar praktische tips die u wellicht kunnen helpen.

Tips voor de begeleiding van uw zoon of dochter thuis. Een van de grootste risico’s bij een dyslectisch kind is dat hij of zij zich onzeker gaat voelen. De volgende tips zijn er op gericht om dit zoveel mogelijk te voorkomen.

  • Help uw zoon of dochter bij het vinden van zijn of haar manier van leren. De conventionele manieren werken vaak niet goed, met name bij het stampen van feitjes of juist het maken van samenvattingen heeft uw zoon of dochter veel tijd nodig. Vaak zijn er leerstrategieën die minder tijd kosten en er ook nog eens voor zorgen dat de informatie beter beklijft. Denk hierbij aan flashcard, mindmaps, de flapmethode, overhoorprogramma’s, ezelsbruggetjes etc.
  • Probeer ervoor te zorgen dat uw zoon of dochter op zijn of haar niveau oefent en niet daarboven. De progressie die geboekt wordt is vaak het grootst wanneer uw kind op zijn niveau oefent, daarnaast zou het veel frustratie op kunnen leveren als hij boven zijn niveau moet werken.
  • Als u thuis met uw zoon of dochter oefent zorg dan dat het leuk blijft. Elke dag 10 minuten lezen is effectiever dan één keer per week ruim een uur te gaan zitten.
  • Help uw zoon of dochter als hij of zij daarom vraagt, maar gun hem of haar ook de ruimte om zelf uit te zoeken wat het beste is. Zeker in de puberteit hechten jongeren aan hun zelfstandigheid. Probeer een vinger aan de pols te houden, maar wel die zelfstandigheid te respecteren.

Tips voor de begeleiding van uw zoon of dochter op de middelbare school

  • Zorg dat de dyslexie op school bekend is. Bij de overgang naar een nieuwe school, maar ook naar een nieuwe klas (en dus vaak een nieuwe mentor) is het goed om opnieuw te bespreken waar uw zoon of dochter moeite mee heeft en wat de afspraken zijn.
  • Hou in de gaten welke lesstof uw zoon of dochter nog niet goed beheerst en wijs de docenten op school daarop. Op de middelbare school is er minder tijd voor elementaire taalvaardigheden, terwijl dyslectische leerlingen nog wel oefening op die gebieden kunnen gebruiken.
  • Dyslectische leerlingen hebben recht op hulpmiddelen of hulpmaatregelen, spreek de school hierop aan, maar ook uw zoon of dochter. Zowel extra tijd voor het maken van toetsen als een groter lettertype voor de toetsopgaven zijn relatief standaard maatregelen die uw zoon of dochter echt helpen. Leerlingen zijn vaak niet zo happig om hier gebruik van te maken omdat ze bang zijn dat anderen het raar vinden. De eerste keer dat uw zoon of dochter een vergroting krijgt kan dit wel eens tot lacherigheid in de klas leiden, maar vaak is dit bij de tweede toets al verdwenen. Het is vaak zelfs zo dat klasgenoten voor uw zoon of dochter op komen als een docent de vergroting vergeet.
  • Maak gebruik van tafeltjes avonden ook als het goed gaat op school. Praat met de docenten van de vakken waarin uw zoon of dochter minder sterk is. Als het relatief goed gaat met een vak is het vaak makkelijker om van gedachte te wisselen in deze korte gesprekken dan wanneer het niet zo goed gaat. 

Als leerlingen naar de middelbare school gaan worden ze vaak geconfronteerd met nieuwe obstakels. Leerlingen met dyslexie hebben moeite met het structureren van hun werk. Op de middelbare school wordt er op dit gebied veel meer van ze verwacht. Leerlingen hebben ineens veel verschillende vakken en de hoeveelheid huiswerk wordt groter.

Tijdens lessen wordt er van leerlingen verwacht dat ze aantekeningen, maken het huiswerk opschrijven en de les volgen. Voor dyslectische leerlingen is dit vaak een onmogelijke opgave. Daarnaast wordt een dyslectische leerling geconfronteerd met nieuwe talen. Al deze moeilijkheden zorgen ervoor dat de leerling onder grote tijdsdruk moet presteren. Naast de algemene problemen zijn er vakspecifiek problemen. De vakken zijn onderverdeeld in moderne vreemde talen, exacte vakken en zaakvakken.

Moderne vreemde talen (Engels, Frans en Duits)

In het voortgezet onderwijs beginnen bij de vreemde talen problemen die mogelijk voor een groot deel overwonnen zijn bij het lezen van Nederlands weer opnieuw. Onbekende tekens en klanken vragen om een nieuw woordbeeld. De leerling valt terug op spellend lezen, wat niet ten goede komt aan het begrip van de tekst. Bij Engels geven vooral de uitspraak en schrijfwijze van Engelse woorden problemen, omdat deze zeer onregelmatig zijn. Frans en Duits geven problemen vanwege de vele nieuwe klanktekenkoppelingen. Evenals bij de moedertaal zien we dat leerlingen bij de vreemde talen:

  • moeilijk verschillen kunnen horen tussen de klanken in woorden;
  • moeite hebben met het uiteenrafelen van woorden en samenvoegen van klanken of klankgroepen;
  • problemen kunnen hebben met de uitspraak of woorden verhaspelen. De uitspraak is vaak matig, want dyslectische leerlingen proberen door een fonetische uitspraak vat te krijgen op de schrijfwijze;
  • problemen kunnen hebben met articuleren: slordig of onduidelijk.

Het onthouden en toepassen van ‘logische’ regels en grammatica hoeft in het algemeen voor een dyslectische leerling geen probleem te zijn; echter in sommige gevallen hebben dyslectische leerlingen ook hier moeite mee.

Exacte vakken (Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde)

De hoeveelheid tekst bij zaakvakken, maar ook bij de huidige wiskunde is vaak heel groot. Dyslectische leerlingen komen bij het maken van het huiswerk tijd te kort, omdat ze traag lezen en informatie langzaam verwerken. Proefwerken worden soms slecht gemaakt, omdat ze de vraag niet of onvoldoende nauwkeurig kunnen lezen of te weinig tijd hebben om het antwoord op te schrijven.

Zaakvakken (Geschiedenis, Aardrijkskunde en Economie)

Niet het begrijpend, maar het technisch lezen veroorzaakt een vertraging van het tempo en problemen met de techniek van het lezen kunnen het begrip van de tekst bemoeilijken. Namen, plaatsen, jaartallen enzovoort, losstaande contextloze gegevens, worden slecht in het permanent geheugen vastgelegd. Het beste studieadvies dat je een leerling kunt geven, is de stof te begrijpen en zich niet te concentreren op de losse feiten.

Soms moet een woord (plaats, naam) door de docent bij correctie hardop gelezen worden om te begrijpen wat de leerling bedoelt, doordat de leerling het woord fonetisch geschreven heeft.