Dyslexie in het voortgezet onderwijs
Als leerlingen naar de middelbare school gaan worden ze vaak geconfronteerd met nieuwe obstakels. Leerlingen met dyslexie hebben moeite met het structureren van hun werk. Op de middelbare school wordt er op dit gebied veel meer van ze verwacht. Leerlingen hebben ineens veel verschillende vakken en de hoeveelheid huiswerk wordt groter.
Tijdens lessen wordt er van leerlingen verwacht dat ze aantekeningen, maken het huiswerk opschrijven en de les volgen. Voor dyslectische leerlingen is dit vaak een onmogelijke opgave. Daarnaast wordt een dyslectische leerling geconfronteerd met nieuwe talen. Al deze moeilijkheden zorgen ervoor dat de leerling onder grote tijdsdruk moet presteren. Naast de algemene problemen zijn er vakspecifiek problemen. De vakken zijn onderverdeeld in moderne vreemde talen, exacte vakken en zaakvakken.
Moderne vreemde talen (Engels, Frans en Duits)
In het voortgezet onderwijs beginnen bij de vreemde talen problemen die mogelijk voor een groot deel overwonnen zijn bij het lezen van Nederlands weer opnieuw. Onbekende tekens en klanken vragen om een nieuw woordbeeld. De leerling valt terug op spellend lezen, wat niet ten goede komt aan het begrip van de tekst. Bij Engels geven vooral de uitspraak en schrijfwijze van Engelse woorden problemen, omdat deze zeer onregelmatig zijn. Frans en Duits geven problemen vanwege de vele nieuwe klanktekenkoppelingen. Evenals bij de moedertaal zien we dat leerlingen bij de vreemde talen:
- moeilijk verschillen kunnen horen tussen de klanken in woorden;
- moeite hebben met het uiteenrafelen van woorden en samenvoegen van klanken of klankgroepen;
- problemen kunnen hebben met de uitspraak of woorden verhaspelen. De uitspraak is vaak matig, want dyslectische leerlingen proberen door een fonetische uitspraak vat te krijgen op de schrijfwijze;
- problemen kunnen hebben met articuleren: slordig of onduidelijk.
Het onthouden en toepassen van ‘logische’ regels en grammatica hoeft in het algemeen voor een dyslectische leerling geen probleem te zijn; echter in sommige gevallen hebben dyslectische leerlingen ook hier moeite mee.
Exacte vakken (Wiskunde, Natuurkunde en Scheikunde)
De hoeveelheid tekst bij zaakvakken, maar ook bij de huidige wiskunde is vaak heel groot. Dyslectische leerlingen komen bij het maken van het huiswerk tijd te kort, omdat ze traag lezen en informatie langzaam verwerken. Proefwerken worden soms slecht gemaakt, omdat ze de vraag niet of onvoldoende nauwkeurig kunnen lezen of te weinig tijd hebben om het antwoord op te schrijven.
Zaakvakken (Geschiedenis, Aardrijkskunde en Economie)
Niet het begrijpend, maar het technisch lezen veroorzaakt een vertraging van het tempo en problemen met de techniek van het lezen kunnen het begrip van de tekst bemoeilijken. Namen, plaatsen, jaartallen enzovoort, losstaande contextloze gegevens, worden slecht in het permanent geheugen vastgelegd. Het beste studieadvies dat je een leerling kunt geven, is de stof te begrijpen en zich niet te concentreren op de losse feiten.
Soms moet een woord (plaats, naam) door de docent bij correctie hardop gelezen worden om te begrijpen wat de leerling bedoelt, doordat de leerling het woord fonetisch geschreven heeft.
