Wat is dyslexie?
Leerlingen met dyslexie hebben vooral problemen met taal. Dyslexie is een stoornis in het technisch lezen. Het belemmert het vlot leren lezen. De meeste leerlingen leren uiteindelijk wel lezen, maar blijven trager lezen. Ze moeten er meer energie in steken en zijn sneller afgeleid dan de gemiddelde lezer. Er doen zich vaak ook problemen voor bij het begrijpend lezen. De leerling besteedt zoveel aandacht aan het technisch lezen dat het begrijpend lezen daaronder leidt.
Hoe herkent u dyslexie?
Bij dyslexie ontstaan er vooral problemen op het gebied van lezen, spelling en schrijven.
Problemen bij het lezen.
De leesproblemen van leerlingen met dyslexie vallen het meest op bij hardop lezen. Sommige leerlingen hebben een traag leestempo en lezen de woorden spellend. Anderen hebben een hoog leestempo, maar maken daarbij veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.
Problemen bij de spelling.
Leerlingen met dyslexie maken langdurig veel spellingsfouten en hebben, om dat te voorkomen, veel steun nodig van spellingsregels. Leerlingen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. Bovendien is de kennis meestal niet blijvend, omdat ze het op een ongestructureerde manier in het geheugen opslaan.
Problemen bij het schrijven.
Leerlingen met dyslexie schrijven vaak onleesbaar en maken veel doorhalingen. Bij leerlingen die wel leesbaar schrijven, valt het trage schrijftempo op.
Algemene signalen
- Moeite met links / rechts onderscheid.
- Moeite met het aanleren van de tafels.
- Moeite met klokkijken.
- Dansende of vervangende letters bij het lezen.
Het is belangrijk dat dyslexie bij een leerling zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Hoe eerder een leerling geholpen kan worden met het leren lezen en spellen, hoe groter de kans op succes.
Meer algemene signalen dyslexie
Leerlingen met dyslexie kunnen moeite hebben met:
- het onderscheid tussen links en rechts.
- het aanleren van de tafels
- klokkijken
- dansende of vervangende letters bij het lezen
- spellen
- het onthouden van telefoonnummers
- juist uitspreken van lange woorden
- schriftelijk antwoord geven, mondeling gaat vaak veel beter.
- lange teksten schrijven, ze slaan zinnen over of raken de draad kwijt.
- om het verschil te horen tussen klanken als m en n; p, t en k; s, f en g; eu, u en ui
- om de klanken in volgorde te zetten, zoals bij 'dorp' en 'drop' of '12' en '21'
- het structureren van het schoolwerk
- automatiseren van basis rekenvaardigheden
- begrijpen van grammaticaregels
- het leren van losse gegevens zoals rijtjes en jaartallen
- informatieverwerking
- taken waar je twee dingen tegelijk moet doen. Bv aantekeningen maken waarbij je moet schrijven en luisteren.
Natuurlijk komen niet al deze signalen voor bij elke kind met dyslexie. Toch is er opvallend veel overeenstemming in waar leerlingen tegenaan lopen (in meer of mindere mate). Leerlingen met dyslexie hebben vooral moeite met vaardigheden die anderen vrijwel automatisch doen. Doordat deze basale zaken leerlingen meer moeite kosten komen ze ook bij moeilijkere taken in de problemen, een deel van hun energie is dan al “bezet”.
