Faalangst in het voortgezet onderwijs

Faalangst komt veel voor bij leerlingen in het middelbaar onderwijs. Van alle leerlingen tussen de 12 en 16 jaar heeft 10-13% last van faalangst. In de eindexamenklassen stijgt dit percentage tot 24%! Ook komt faalangst iets vaker voor bij meisjes dan bij jongens.

Juist op de middelbare school komen leerlingen veel gebeurtenissen tegen waarbij ze moeten presteren; toetsen, sport, werkstukken, spreekbeurten.. Daarbij komt dat in de eerste klassen van de middelbare school ook veel dingen nieuw zijn; je omgeving, klasgenoten, docenten, vakken enz. Dit zijn twee belangrijke kernpunten om faalangst te kunnen ontwikkelen. En bedenk dat een leerling met faalangst niet de enige is die daar moeite mee heeft! Ook komt er nog eens de puberteit bij, waardoor een leerling bij prestaties extra alert is op zijn/haar omgeving en hoe er wordt gereageerd op de leerling zelf.

Tegen het einde van de middelbare school, wanneer leerlingen in de eindexamenklas zitten, komt eigenlijk alle opgebouwde druk van de afgelopen jaren ineens op hun schouders. Ze krijgen veel te horen; “Nu komt het erop aan, dit is je kans”. Al deze factoren die op middelbare scholen tevoorschijn komen, zorgen ervoor dat je faalangst kunt ontwikkelen. En als je erover nadenkt is het best knap dat er leerlingen zijn die geen faalangst ontwikkelen!

Gelukkig zijn veel docenten goed op de hoogte hoe ze leerlingen moeten/kunnen benaderen. Veel scholen hebben eigen trainingen om jongeren te leren omgaan met faalangst en leerlingen schakelen ook steeds vaker zelf hulp in. Er rust nog steeds een taboe op faalangst, maar dat wordt gelukkig steeds minder.