Contact met school is belangrijk. Overleg tussen thuis en school zorgt ervoor dat de twee werelden waarin uw kind leeft dichter bij elkaar komen en op elkaar raken afgestemd. U leert de schoolsituatie van uw kind beter kennen en de school leert een stukje van de thuissituatie kennen. Daarom is het ook op de middelbare school van belang om in contact te blijven met de school.

contact

Op de middelbare school is de mentor de eerste persoon waar u als ouder uw vragen neerlegt. De mentor is ook de eerste persoon die u inlicht als er buiten de school zaken spelen die voor de school belangrijk zijn.

Wanneer maak je een afspraak en met wie?

  • Begin van het jaar met de mentor (eventueel)
  • Naar aanleiding van het rapport met bepaalde docenten of de mentor
  • Naar aanleiding van problemen met een vak met een bepaalde docent
  • Naar aanleiding van algemene problemen met mentor of (con)rector
  • Voor leerproblemen met het zorgteam, de remedial teaching en/of mentor
  • Eind van het jaar met de mentor

Onthoud dat docenten ook andere bezigheden hebben en daar druk mee kunnen zijn. Maak zo mogelijk gebruik van contactmomenten die door de school zijn georganiseerd (ouderavonden, inloopspreekuur).

Hoe maak je een afspraak?

Elke school heeft een eigen ‘voorkeur’ voor het maken van afspraken. Sommige scholen willen graag telefonisch een afspraak maken via het secretariaat. Andere scholen geven ouders de mogelijkheid om direct met de docent te mailen (door alle e-mail adressen beschikbaar te stellen).

Voor georganiseerde contactmomenten zoals een ouderavond kunnen ouders vaak een formulier invullen en inleveren waarop ze aangeven met wie ze willen praten.

In de schoolgids wordt wellicht iets over het maken van afspraken gezegd. Bel anders met de school en leg aan de telefonist uit wat u wil. Hij/zij zal weten wat u het beste kunt doen.

tieminutenTips voor gesprekken met school

Als je een afspraak hebt met bijvoorbeeld de mentor dan zijn er enkele aandachtspunten:

1. Wat is uw doel? (open vragen)

  • Wees u bewust van uw doel en van de ‘blinde vlek’ die dat kan veroorzaken: doordat u gericht bent op uw doel, vergeet u aan andere belangrijke onderdelen van het gesprek te luisteren.
  • Bedenk van tevoren een aantal open vragen.

2. Actief luisteren

  • Bereidt u er van tevoren op voor dat de mentor een andere kijk op uw kind heeft dan u: school en thuis zijn verschillende situaties waarin uw kind zich verschillend kan gedragen.
  • Richt u op de beleving van de mentor met de volgende vragen:
  • Wat maakt de docent van uw kind mee?
  • Zijn het gedrag en/of de prestaties van uw kind opvallend in vergelijking met de klas als geheel?
  • Heeft de docent ideeën over een oorzaak?
  • Vergeet niet te parafraseren! Laat positieve waardering blijken!

3. Ik-boodschappen

  • Bedenk van tevoren wat u graag wil zeggen over de situatie.
  • Geef uw eigen visie, maar laat daarbij wel het verhaal van de leraar in zijn waarde.
  • Benoem eventueel de verschillen die u ziet.


4. Win-win situatie

  • Wat wil u graag veranderd zien? Wat wil de docent graag zien?
  • Heeft de docent ideeën over mogelijke verbeteringen?
  • Wat kunt u daar als ouder aan doen?
  • Heeft u als ouder ideeën om het gedrag op school te verbeteren?
  • Wat kan de docent daaraan doen?
  • Besluit samen tot een aanpak en bekijk of u over een bepaalde termijn misschien (per e-mail) kunt evalueren.