Proefwerk, spreekbeurt, schriftelijke overhoring. Een scholier krijgt flink wat toetsen voor zijn kiezen. De ene dag komt hij trots thuis met een 8, de volgende dag teleurgesteld met een 5. Wat zegt dat cijfer nou precies?

greke

Eerst moet je weten om wat voor toets het gaat. Tussentoetsen en schriftelijke overhoringen tellen beperkt mee voor het eindcijfer. Ze gaan over feitjes, woordjes of over één paragraaf. Een onvoldoende is jammer bij een tussentoets, maar geen drama. Belangrijker is de eindtoets – die vaak proefwerk of repetitie heet- die over een heel hoofdstuk gaat en inzicht en grammatica toetst. En meestal in een zogenaamde proefwerkweek wordt afgenomen. Dat telt zwaarder voor het eindcijfer. In de schoolgids of het examenreglement lees je precies welke toetsen er zijn en hoe ze meetellen.

Eén keer en nooit weer
Je hoort scholieren wel eens zeggen: “Ik leer alleen om die toets te halen. Daarna gebruik ik die kennis toch nooit meer”. Dat is niet waar. De stof komt steeds weer terug, ook op het eindexamen. Om de stof langer te onthouden, moet je het herhalen en echt eigen maken. Daarom moet een leerling op tijd beginnen met leren, zodat er voldoende tijd is om het te herhalen. Ouders kunnen daarbij helpen door nu en dan te vragen naar de oude stof. Dan herhaalt de leerlingen dat nog eens.

Leermoment
Van elke toets kun je leren. Als leerling is het slim om direct na afloop van een toets terug te blikken hoe het ging. Op welke manier hij geleerd heeft. En het cijfer te voorspellen. Zo leert hij te vertrouwen op zijn eigen oordeel. Een goed cijfer verdient een compliment! Een onverwacht slecht cijfer vraagt om een verklaring. Waarschijnlijk was de voorbereiding niet goed. Of was het een slecht moment, omdat hij slecht had geslapen. Verliefd is en zich niet kon concentreren. Pas als je begrijpt waarom een cijfer hoog of laag is, ga je vooruit.

Wat zegt een cijfer?
Eén goed of slecht cijfer zegt niet zoveel. Een reeks wel. Stel: een leerling haalt voor een vak altijd zevens en achten, maar de laatste tijd zijn dat vijven en zessen. Dat is er iets aan de hand. Misschien zit hij niet goed in zijn vel. Het kan ook zijn dat hij altijd achten scoorde zonder daar veel voor te leren, maar levert die manier nu alleen nog vijfjes op. Dan moet er nu begonnen worden met (anders) leren.

Toekomst
Gemiddelde cijfers laten zien hoe goed een leerling de stof beheerst. Scoort het zesjes? Dat is goed genoeg voor nu. Maar de stof wordt steeds lastiger. De kans is klein dat hem in dat vak een rooskleurige toekomst wacht. Scoort een leerling achten en negens? Dan kan hij het niveau uitstekend aan. Ook als het straks complexer wordt.

Hulp nodig bij een vak? Denk dan eens aan bijles bij een Studiekring vestiging bij jou in de buurt.