Iedereen leert op een andere manier. Volgens de Amerikaanse onderwijskundige Kolb zijn er 4 leerstijlen: de doener, denker, dromer of beslisser. Benieuwd welke leerstijl je zoon of dochter heeft? En hoe je daarin kan helpen met huiswerk? Wij zetten de 4 stijlen op een rijtje, mét praktische tips.Studiekring website


De 4 leerstijlen volgens Kolb:

Leerstijlen van Kolb

 

 

 

 

 

 

De doener – Ervaren, doen en zien!
We beginnen met de doener. De doener leert door ervaringen. Hij wordt graag ‘in het diepe gegooid’. Een doener is een goede samenwerker en onderneemt snel actie. Hij zoekt zelf nieuwe leersituaties op, maar is soms ongeduldig als iets niet gaat zoals verwacht. Een doener vindt het vaak moeilijk om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden en kan ‘zonder nadenken iets doen’.

Voorbeeld: zó leert een doener een scheikundige reactie begrijpen:
Hij voert zelf op goed geluk wat proefjes uit en kijkt vervolgens wat er gebeurt. “Ik doe A en zie wel wat uit B komt”.

Hoe help je een doener?
•    Doe veel nieuwe dingen samen. Ontdekken en contact zijn belangrijk.
•    Werk met projecten en groepswerk waar de nadruk ligt op eigen inbreng en creativiteit.
•    Geef veel verantwoordelijkheid: doeners hebben uitdagingen en spanningsvolle situaties nodig die om snelle keuzes vragen.
•    Doeners gaan soms zonder na te denken aan het werk. Evalueer dus eens samen een werkstuk of project achteraf om te kijken wat er beter kan.
•    Geef een doener de ruimte om dingen uit te proberen.

De denker – Eerst kijken en leren, dan pas doen
Dan de denker. De denker stelt graag onderzoekende vragen. Hij kijkt naar wat er gebeurt en probeert algemene regels daarin te ontdekken. Ook legt de denker graag verbindingen tussen meerdere vormen van kennis. Een denker houdt van logica en redeneren. Een denker leert het beste in gestructureerde situaties. Hij kan niet goed tegen wanorde en zal niet gauw om hulp vragen.

Voorbeeld: zó leert een denker een scheikundige reactie begrijpen:
Hij leest in boeken over de processen die optreden. “Ik lees A en zie dat B daar uit voort komt”.

Hoe help je de denker?
•    Denkers willen graag overzicht in waarom ze iets leren. Leg vooral in logica uit waarom iets goed is om te weten of belangrijk om kennis van te hebben.
•    Creëer rust. Een denker heeft orde en rust nodig, op school, maar ook in de studeerkamer.
•    Geef denkers de tijd om zelf het hoe, wat en waarom te ontdekken.
•    Bemoei je niet teveel met een denker. Denkers vinden dit vervelend of ervaren het als onderbreking.
•    Denkers hebben uitdagingen zoals complexe vraagstukken nodig: altijd dezelfde stof verveelt snel.

De dromer- Veel mogelijkheden en moeilijk beslissen
De dromer wil ‘eerst denken, dan misschien doen’. Hij denkt na over verschillende situaties en probeert zich hierin te verplaatsen. Daardoor ziet een dromer vaak veel opties en mogelijkheden waarin hij zichzelf zou kunnen vinden. Maar hierdoor is een beslissing maken wel moeilijker. Een dromer heeft daarom veel tijd en ruimte nodig om goed te leren.

Voorbeeld: zó leert een dromer een scheikundige reactie begrijpen:
Hij denkt na over mogelijke oorzaken en verklaringen voor wat er gebeurt. “Ik lees A en wil weten of voor mezelf verklaren hoe het komt dat B eruit komt.”

Hoe help je de dromer?
•    Geef perspectief: zorg voor verschillende meningen over een probleem en over een eventuele oplossing.
•    Geef dromers tijd en ruimte om ervaringen te verwerken en gevoelens te uiten.
•    Dromers leren het best als de docent de leerstof met voorbeelden uitlegt.
•    Leg geen limiet of tijdsduur op: dromers hebben hier een hekel aan.
•    Dromers zijn gevoelig voor aanmoediging, doe dit dus vooral.

De beslisser – gestructureerd experimenteren
De beslisser wil graag zien dat datgene wat hij leert, ook echt terug komt in de praktijk. Een beslisser leert het meest als hij dingen uitvoert samen met iemand die er meer over kan vertellen of vragen kan beantwoorden. Hij plant graag en voert zelfstandig uit. De beslisser is pas tevreden als alles loopt volgens plan, zodat het resultaat hetzelfde is als wat de theorie leert.

Voorbeeld: zó leert een beslisser een scheikundige reactie begrijpen:
Hij kijkt naar de manier waarop een scheikundeleraar de proef uitvoert om het vervolgens op precies dezelfde manier te herhalen. “Ik heb gezien dat als ik A doe B erop volgt en doe dat exact zo.”

Hoe help je de beslisser?
•    Help de beslisser om een duidelijke rode draad te herkennen in de leerstof
•    Laat hem met eigen oplossingen experimenteren.
•    Geef de beslisser zelf een probleem om op te lossen. Geef hem hierbij aanwijzingen en raad als hij dat wil.
•    Beslissers leren het best als ze voorbeelden uit de praktijk krijgen.
•    Maak de beslisser duidelijk dat wat hij nu leert, zeker ook later van pas gaat komen.

De methode van Kolb is één van de vele theorieën die over leren bestaat. Natuurlijk is de onderverdeling in deze 4 leerstijlen niet zwart-wit voor iedere leerling en kan iemand op meerdere manieren leren. Bij Studiekring kijken we altijd welke manier van leren het beste past bij onze leerlingen.

Meer helpen met huiswerk? Volg dan één van onze workshops in het nieuwe schooljaar of loop een keer binnen bij een vestiging bij jou in de buurt.