6 procent van de Nederlandse bevolking heeft dyslexie. Dyslexie heeft niets te maken met intelligentie, maar is een neurologische stoornis in het technisch lezen. Uit onderzoek blijkt dat dyslexie sterk toeneemt. Een zorgwekkende ontwikkeling want op scholen is bij bijna alle vakken taal én begrijpend lezen steeds belangrijker. Elke docent krijgt dus wel eens te maken met leerlingen met dyslexie. Hoe ga je hier als docent mee om? Wat kun je doen om deze leerlingen zo goed mogelijk te helpen, ook als je géén taalonderwijs geeft? Wij vroegen het Cindel van der Valk, dyslexie-expert bij Studiekring. Speciaal voor docenten: 5 inhoudelijke tips hoe om te gaan met dyslexie in je klas.

dyslexie3


1.    Oefenen, oefenen, oefenen
Iedereen is het erover eens: er is maar één ding dat dyslectische leerlingen écht helpt en dat is oefenen, oefenen, oefenen. Dat kan op verschillende manieren. Dyslexie gaat over hoe je hersenen werken: oplossen ga je het dus nooit. Maar je kunt leerlingen wél compensatiemiddelen aanreiken bij het oefenen. Iedere leerling met dyslexie kan daarmee beter worden in lezen en schrijven. Voorbeelden van die middelen zijn multi-sensory Learning: meerdere zintuigen inzetten bij het leren, bijvoorbeeld door bij je uitleg iets uit te beelden, en fonologische training zoals rijmspelletjes en klankkaarten.

2.    Blijf motiveren & succesmomenten creëren
Leerlingen met dyslexie hebben vaak veel tegenslagen en moeilijkheden gehad en daardoor een negatief zelfbeeld. Of ze zijn gedemotiveerd geraakt. Om frustratie in het oefenen te voorkomen, is het extra belangrijk om als docent je leerlingen te motiveren en bewust succesmomenten te creëren. Blijf complimenteren op de inzet, geef positieve en constructieve feedback. Ga een keer apart zitten met de leerling om naar een succeservaring toe te werken. Hierbij moedig je hem of haar eerst aan om iets te doen wat hij of zij al kan, gevolgd door een beloning. Vanuit daar kun je verder. Zo’n succeservaring is voor leerlingen met dyslexie extra belangrijk.

3.    Differentieer binnen je klas
Als vakdocent moet je er ook in de hectische lespraktijk voor zorgen dat je leerlingen met dyslexie meekrijgt. Dat is lastig omdat daar weinig extra tijd voor is. De combinatie van stimuleren, compenseren, relativeren én differentiëren wordt daarom steeds belangrijker voor dyslexieprotocollen in de begeleiding en op scholen. Differentiëren binnen een klas kan een docent bijvoorbeeld helpen om leerlingen met dyslexie meer tijd te geven. Als je anderen zelfstandig aan het werk zet, kun je wat extra aandacht aan die ene leerling met dyslexie geven.

4.    Zorg voor een duidelijke planning en instructie van de lestaak
Sinds enkele jaren komt er op scholen steeds meer aandacht voor dyslexie. Toch zijn er nog weinig lesplannen gebaseerd op wat dyslectische leerlingen nodig hebben.  Voor hen is het in ieder geval  van belang om een héle duidelijke instructie te krijgen: combineer tekst met een gesproken of uitgebeelde instructie. Dyslecten hebben zichzelf namelijk vaak strategieën en compensatiemethoden aangeleerd om aan de slag te gaan. Ze hebben even de tijd nodig om te bepalen hoe en wanneer ze die moeten inzetten. Probeer daarnaast de vorm van de inhoud te scheiden. Reken zo’n leerling nooit meteen af op spelfouten, maar laat hem of haar eerst zijn taak voltooien. Dat is al een succeservaring op zich. Je kunt hem of haar aanleren om een extra check achteraf in te bouwen.

5.    Geef bekendheid aan dyslexie in je klas
Dyslecten zijn vaak beelddenkers. Ze zijn creatief én analytisch tegelijkertijd, kunnen snel verbindingen vinden en connecties leggen. Allemaal goede eigenschappen dus! En heel belangrijk om dit ook aan andere leerlingen in de klas te laten zien. Laat bijvoorbeeld in je mentorles zien hoe dyslexie eigenlijk werkt door samen deze animatie te lezen.  Zo krijg je meer begrip voor elkaar. Beelddenkers hebben bovendien vaak een andere leerstijl, kunnen bijvoorbeeld veel beter uit de voeten met een mindmap dan een samenvatting.